10 ~ Zelfacceptatie

“Jij krijgt geen snoepje, want jij bent al veel te dik.” Het waren de woorden die mijn oma tegen mij sprak terwijl ze een snoepje aan mijn schoolvriend gaf. Ik was een beginnend pubermeisje van nog geen twaalf jaar oud met een volkomen doorsnee kinderlichaam wat zich net begon te ontwikkelen tot vrouw. Een aantal weken later stond ik in een pashokje van een kledingwinkel een broek te passen en terwijl ik in de spiegel keek naar mijn beginnende vrouwelijke rondingen voelde ik alleen maar schaamte. Uit schaamte voor mijn lichaam durfde ik het pashokje niet uit. Ik wilde alleen maar huilen. Ik wilde huilen omdat ik als jong meisje al geleerd had dat de waarde van mij als persoon afhing van de perfectie van mijn lichaam en door mijn imperfecte lichaam voelde ik mij op dat moment als persoon volledig waardeloos.  

Ik heb nooit begrepen hoe ik mijzelf kon accepteren in een wereld waarvan ik dacht dat die mij niet accepteerde 

Ik denk dat de sociale wereld van de mensheid is opgedeeld in hokjes en elk hokje geeft een bepaalde waarde. Een sociale waarde die door het gemis van eigenwaarde verkeerd geïnterpreteerd wordt als eigenwaarde 

Onder andere intelligentie, sociale klasse, welvaart, opleiding, lichaam en kleding zijn hokjes waar mensen zogenaamde eigenwaarde in kunnen vinden en deze hokjes zijn dusdanig divers dat vrijwel iedereen hokjes kan vinden waarin hij of zij zichzelf gewaardeerd voelt. Zelfs als iemand denkt dat hij of zij de hokjes ontglipt is dan is er altijd nog het hokje van de mensen die denken dat ze buiten hokjes leven. De maatstaaf van dat hokje is dat er geen identificatie met andere hokjes mag zijn, maar daardoor is iemand toch weer gelimiteerd in zijn of haar zijn. Identificatie met hokjes is het zoeken van een identiteit buiten jezelf.  

Er zijn heel veel mensen die heel hun leven lang kunnen leven tussen de muren van de hokjes. Ze kunnen blijven voldoen aan de maatstaven van de hokjes waarin zij gewaardeerd willen worden, vallen er niet buiten en blijven zichzelf heel hun leven gewaardeerd voelen. De verkregen sociale waarde ligt als een pleister over het gemis van eigenwaarde heen.  

Maar wat als je niet meer aan de maatstaven van de hokjes kan voldoen of als je überhaupt nooit echt in de hokjes gepast hebt?  

Ik voelde mij als kind vaak het zwarte schaap van mijn sociale wereld. Mijn hart wilde liefde geven en ontvangen, maar wist zich niet goed te redden in een wereld die al ontzettend gedomineerd werd door angst en ego. Op jonge leeftijd werd ik sociaal verstoten, verloor het overzicht op school en raakte de weg kwijt in het leven. Ik had als kind niet voldoende waarde meegekregen die ik als eigenwaarde kon gebruiken en er was geen sociale waarde die ik er als pleister overheen kon leggen. Ik paste niet in hokjes.  

“Ik wilde huilen omdat ik als jong meisje al geleerd had dat de waarde van mij als persoon afhing van de perfectie van mijn lichaam en door mijn imperfecte lichaam voelde ik mij op dat moment als persoon volledig waardeloos.” 

Ik had geen verworven waarde en dus zocht ik mijn waarde in het hebben van een perfect lichaam. Het meest haalbare doel omdat al het andere onhaalbaar leek en sowieso het hokje waar ik als vrouw en meisje zowel de meeste complimenten als rot opmerkingen over kreeg. Mijn intellect leek nooit gewaardeerd of ertoe te doen en mijn lichaam leek mijn waarde te bepalen.  

Juist omdat mijn lichaam mijn waarde leek te bepalen heb ik mijn lichaam mijn hele leven gehaat vanwege elke imperfectie en ik heb mij depressief gevoeld elke keer als ik erin faalde om met mijn lichaam een staat van perfectie te bereiken.  

Toen ik mijzelf meer bezig begon te houden met zelfliefde was acceptatie al direct een groot onderdeel. Zelfliefde betekent dat je jezelf volledig accepteert en dat moest ik dan maar gaan doen. Ik probeerde mijzelf wijs te maken dat ik mijn lichaam (en alles wat mij in de ogen van de maatschappij definieerde) volledig accepteerde in al haar imperfecties, maar de vraag bleef door mijn hoofd spoken; hoe kon ik mijzelf accepteren in een wereld waarin ik had geleerd dat die mij niet accepteert vanwege mijn zogenaamde imperfecties? Hoe kan ik mijzelf accepteren als ik niet in de hokjes pas en dus buiten de maatschappij val?  

En toen drong het tot mij door; zolang mijn eigenwaarde afhing van maatschappelijke acceptatie kon ik mijzelf niet accepteren. Ik was nog te afhankelijk van andermans mening, te veel hunkerend naar acceptatie, waarde en liefde om het verlangen naar perfectie los te kunnen laten.  

Ik moest niet proberen om mijzelf te accepteren, ik moest eerst gaan werken aan mijn eigenwaarde en dat kon ik alleen doen door mijzelf te accepteren….. 

Ik had altijd gezocht naar acceptatie in uiterlijke perfectie, mijn vertoning (fysiek en mentaal) naar de buitenwereld toe, maar nu moest ik juist mijn innerlijke (persoonlijke) imperfecties gaan accepteren want juist door mijn innerlijke imperfecties te accepteren begon ik mijzelf echt te accepteren. Wat dat betreft denk ik dat onvoorwaardelijke (zelf)liefde niet zit in de perfectie, maar juist in de imperfectie. Het is makkelijk om (mijn) positieve punten te accepteren, maar in het accepteren van (mijn) negatieve, donkere kanten zit ware liefde.  

Om eigenwaarde te creëren moest ik mijzelf gaan accepteren.  

In mijn gedachten creëerde ik een zorgzame, steunende en voornamelijk vergevende moederstem die ik tot mij liet praten op de momenten dat ik faalde in het behalen van perfectie. ‘Het geeft niet lieverd, iedereen maakt fouten’ of ‘het maakt nog niet uit dat je dat nu nog niet kan. Dat komt nog wel en als het niet komt dan is dat ook gewoon helemaal goed’. En als ik iets klungelig deed lachte ze mij liefdevol toe en dan zei ze dat ik het misschien nog een keertje kon proberen. De moederlijke stem in mijn gedachten gaf mij acceptatie en daarmee gaf ze mij waarde.  

De moederlijke stem accepteerde mij onvoorwaardelijk en zo leerde ik om mijzelf onvoorwaardelijk te accepteren. Door mijzelf onvoorwaardelijk te accepteren geef ik mijzelf waarde en die waarde neem ik mee als eigenwaarde.  

Ik ben mijzelf ook steeds bewuster geworden van het feit dat ik mijn waarde in andermans handen leg en probeerde te zien wanneer ik dat precies doe. Als ik mijzelf erop betrap dan maak ik mijzelf ervan bewust dat ik mijn waarde in de handen leg van die andere persoon en juist door die bewustwording voel ik dat mijn waarde weer meer van mijzelf wordt. 

Het opbouwen van mijn eigenwaarde is mijn klim vanuit het ravijn. Als ik de top bereik dan hoop ik dat ik vrij van angst en ego kan leven vanuit mijn hart. Door dit te beseffen realiseer ik mij ook dat ik met betrekking tot acceptatie niet direct alles kan accepteren en alle angst los kan laten. Hoe hoger ik klim in eigenwaarde, hoe beter ik mijn maatschappelijke imperfecties waarvan mijn waarde nog deels afhangt van accepteren. Het belangrijkste wat ik nu kan doen is van mijzelf accepteren dat ik nog niet alles accepteer, want juist daarmee geef ik mijzelf onvoorwaardelijke acceptatie.  

“Maar wat als je niet meer aan de maatstaven van de hokjes kan voldoen of als je überhaupt nooit echt in de hokjes gepast hebt?” Dan heb je de kans om het leven buiten de hokjes te ontdekken en als je zonder de muren van de hokjes kan leven dan heb je een oneindigheid aan emotionele persoonlijke vrijheid.