4 ~ Het hart, de angst en het ego. 

Er was eens een heel puur en gelukkig hart dat liefde voelde voor alles en iedereen om zich heen. Vol liefde, gelukzaligheid en vrolijkheid wilde het hart de wereld om zich heen gaan ontdekken en zijn liefde delen met anderen.  

Vol authentiek enthousiasme liep het hart op andere wezens af en vroeg; ‘Hallo, wil jij samen met mij van mijn liefde genieten?’, maar het hart werd elke keer afgewezen.  

De wereld waarin het hart leefde was een wereld waarin liefde verafschuwd werd omdat men er bang voor was. Liefde maakte kwetsbaar en werd daarom weggeduwd, uitgelachen, belachelijk gemaakt en misbruikt.  De wereld waarin het hart terechtgekomen was, was verhard.  

Vol goede moed probeerde het hart de liefde te blijven uiten, maar ook het hart werd weggeduwd, uitgelachen, belachelijk gemaakt en misbruikt. Het hart paste niet in de wereld, omdat de wereld niet om kon gaan met liefde. Na jaren van proberen was het hart gebroken, het was het geloof in zijn waarde kwijtgeraakt en trok zich terug uit de wereld. Alleen zijn deed minder pijn dan de constante haat.  

Terwijl het hart wegliep van de verharde wereld kwam het angst en ego tegen. Het ego zag eruit als de Tasmanian Devil uit Looney Tunes en angst droeg een grote kluis met zich mee. Ego en angst vroegen aan het sombere hart waarom het zo verdrietig was en luisterden naar het verhaal van het hart.  

‘Wij kunnen jou beschermen’, zeiden angst en ego vervolgens tegen het hart. ‘Ga maar in mijn kluis’, zei de angst. ‘Daar kan niemand je meer raken’. ‘En dan zorg ik dat er überhaupt niemand meer dichtbij kan komen’, zei het ego, en het liet zijn grote tanden zien.  

Het pure hart wilde niet meer gekwetst worden en ging akkoord met het plan van angst en ego. Het hart sloot zichzelf op in de kluis en angst en ego stelden samen een beschermingsplan op. Angst maakte een lijst waarop stond wat het hart eerder allemaal gekwetst had en besloot dat het heel alert zou blijven op signalen die zouden wijzen op herhaling. Als er dan gevaar zou dreigen dan zou het ego het gevaar wegjagen door zich woest en angstaanjagend te gaan gedragen. Zolang het hart veilig in de kluis was en er geen direct gevaar dreigde konden angst en ego zich rustig houden, maar zodra er mogelijk gevaar dichtbij kwam trad het plan gelijk in werking. 

Angst en ego deden hun werk en het hart bleef veilig, maar het hart was niet gelukkig. Het hart voelde zich constant eenzaam in de donkere kluis. 

Hoewel het hart veilig was, wist het ook dat deze manier van leven niet bracht wat het hart verlangde. Het hart verlangde naar liefde. Liefde voelen, uiten en geven. Het hart vroeg zich af hoe het liefdevol kon leven in een wereld waarin liefde verafschuwd werd. 

Het hart dacht na over de wereld waarvan het zichzelf afgesloten had en realiseerde zich toen dat het wegduwen, uitlachen, belachelijk maken en misbruik had plaatsgevonden door dezelfde wezens als die het hart nu beschermden. Het had rondgelopen in een wereld vol angst en ego.  

Sommige ego’s waren groot en manifesteerden zichzelf als schrikbarende wezens, anderen waren kleiner en toegankelijker, maar allemaal hadden ze angst met een lijstje aan hun zijde. Net als bij het hart hielden ook deze ego’s en angsten alles nauwlettend in de gaten en zodra er signalen zichtbaar waren die overeenkwamen met het lijstje dan trad het beschermingsplan in werking.  

Angst en ego heersten in de wereld omdat ze dienden als bescherming van alle gebroken harten.  

Het hart bleef zichzelf dezelfde vraag stellen; ‘Hoe kan ik liefdevol leven in een wereld waarin liefde verafschuwd wordt?’ en toen kwam plotseling de realisatie: Het hart kon liefdevol leven omdat het al liefde in zich had. Het enige wat het moest doen om liefdevol te kunnen leven was de liefde zelf weer te durven voelen. De interne liefde van het hart kon niemand ontnemen.  

Het hart sloot zijn ogen, voelde de liefde die het in zich had en een gevoel van onvoorwaardelijke liefde vulde zijn lichaam als een golf van warme energie. Onvoorwaardelijke liefde was de kern van het bestaan. Het was de kern van het hart.  

Nu het hart wist waar de kern, de ware aard van het bestaan uit bestond wilde het weer gaan leven buiten de kluis. Het hart wilde gaan leven vanuit de kern. Het hart vroeg aan angst en ego om aan de kant te gaan zodat het de ruimte had om de wereld in te lopen. Angst en ego deden wat het hart vroeg, zetten een stap opzij en het hart liep bij hen vandaan. Vol goede moed en liefde de wereld weer in.  

Nu het hart de veilige kluis uit was zag het de wereld met andere ogen. Het zag nu de ego’s die zich gedroegen als schrikbarende monsters, de angsten die nauwlettend lijstjes bij hielden en het zag de kluizen die vol overgave beschermd werden. Het hart wist dat er in elke kluis een hart met onvoorwaardelijke liefde schuilging en wilde proberen de harten te bereiken. Vol vertrouwen in de kern en zichzelf liep het hart richting de ego’s en de angsten en probeerde contact te maken, maar zodra het hart hen benaderde schoot de angst in de paniek en begon het ego van zich af te bijten. Wegduwen, uitlachen, belachelijk maken en misbruiken; elk ego en angst manifesteerde zichzelf op een andere manier en het hart wist nog niet hoe het zichzelf ertegen moest beschermen. Gekwetst keerde het hart terug naar de veilige kluis en vroeg aan angst en ego om het beschermingsplan weer in werking te laten treden. 

Het hart was nog niet klaar voor de wereld omdat het eerst moest gaan geloven in zijn eigen waarde en moest gaan leren om onvoorwaardelijk van zichzelf te gaan houden.  

Niemand kan mij kwetsen door mij weg te duwen, uit te lachen, belachelijk te maken of te misbruiken als ik altijd mijn eigen waarde behoud. Niemand kan mij mijn waarde geven of ontnemen als ik zelf mijn waarde bepaal en behoud.