12 ~ 4 jaar

Lost myself in my past 

The fear is stronger than the reality 

My personality faded fast 

I am not who I want to be 

The desire for recognition 

Too strong present 

The constant doubt becomes a condition 

All this feels so unpleasant  

Lost between fundament and personality 

The constant battle in my mind 

Am I unique or an abnormality 

I can’t find my place in humankind 

Please see my authenticity 

When I am too scared to show 

When I can’t see my own reality 

Will you let me know 

My fundament is broken 

My personality strong 

My thoughts are unspoken 

I don’t know where I belong 

I would like to let go 

Let go of all the fear 

The fear is too strong though  

To let anyone come near  

Kind, caring, spontaneous and cheerful  

That’s my personality, that is me. 

All I want is to be less fearful 

And let my personality just be  

My fundament yearns for love 

Acceptance, approval and validation 

But look beyond all of the above 

Because it is part my limitation 

I see it now 

I will learn to let go 

I will find out how 

And let my personality grow 

Until then, I ask for a friend 

Someone who can sympathize 

And love me when I can’t 

Dit gedicht schreef ik eind 2015 aan het, van wat nu blijkt, begin van mijn burn-out. De constant aanwezige onzekerheden, gevechten tegen mijzelf en de drang naar perfectie begonnen mij emotioneel uit te putten en langzaam begon ik mijzelf te verliezen. Nadat ik dit gedicht schreef zou het nog een jaar duren voordat ik echt in elkaar stortte, maar de tussentijd kenmerkte zich door langzame aftakeling. Een aantal maanden na het schrijven van mijn gedicht stopte ik met sporten. Ik was op, mijn lichaam was op en ik veranderde van iemand met een topconditie naar iemand die na een aantal minuten sporten kokhalzend aan de kant moest gaan zitten. Mijn lichaam werd geconsumeerd door stress. Nog een aantal maanden later ging ook mijn keukenmachine permanent met vakantie. Van dagelijks gebruik naar werkloos keukenaccessoire. Ik kon niet meer nadenken over gezonde voeding of weekplanningen. Ik kon gewoon niet meer nadenken.  

Elke dag opnieuw vocht ik tegen mijzelf omdat ik het beste voor mijn gezin wilde, maar uiteindelijk verloor ik het gevecht. Mijn hersenen leken geen prikkels, gedachten of emoties meer te kunnen verwerken en dat resulteerde uiteindelijk in paniekaanvallen. Paniekaanvallen waarbij ik soms langer dan een uur in foetushouding lag. Een houding waarin ik mijzelf beschermde en anderen op afstand hield. Ik kon het niet meer aan om gekwetst te worden, ik kon het niet meer aan om te falen, ik kon het niet meer aan om mij waardeloos te voelen.  

“Ik begon in een ravijn. Een koude, donkere plek waar ik al lange tijd verdwaald rondliep. Ik zocht naar een uitweg, maar elk zijpad die ik hoopvol betrad bracht mij alleen maar dieper het ravijn in. Hoe dieper ik het ravijn inliep hoe meer mijn vastberadenheid veranderde in hopeloosheid en langzaam verloor ik de kracht om door te lopen. Ik zakte door mijn knieën, probeerde nog te kruipen, maar zakte uiteindelijk volledig in elkaar. Gebroken lag ik op een donkere, koude en eenzame plek.  

(…) 

Terwijl ik gebroken op de grond lag kwam de vastberadenheid langzaam weer terug. Ik vond de wil om het ravijn uit te komen en om in het licht te kunnen gaan leven.  

Door blijven zoeken op plaatsen waar ik al naar uitwegen gezocht had was nutteloos. Ik moest leren om te kijken naar andere mogelijkheden.” (Mind Happiness 3  ~ De klim) 

Het duurde weer bijna een jaar voordat ik weer enigszins normaal begon te functioneren en ook deze periode kenmerkte zich door stapsgewijze veranderingen. Het verschil was dat deze veranderingen positief waren in plaats van negatief.   

Soms moet je eerst doodgaan voordat je kan gaan leven. Afscheid nemen van alles wat je kende, afscheid nemen van alles wat je dacht te zijn omdat alles wat je kende en alles wat je dacht te zijn niet werkt.” (Mind Happiness 3  ~ De klim) 

Alles wat ik kende en alles wat ik dacht te zijn had mij gebroken en daarom kon ik maar een ding doen om te helen; het leven zelf gaan uitvinden. Ik moest uitzoeken wat mijn eigen normen en waarden zijn en uitzoeken wat ik zelf belangrijk in het leven vind. Door hierover na te denken kon ik uitzoeken wie ik zelf ben.  

Die zoektocht naar mijzelf was mijn eerste deel van mijn klim omhoog. Ik heb geleerd wat ik moest leren. Nu sta ik halverwege de berg en kijk omhoog. Het tweede deel van mijn klim zal bestaan uit het daadwerkelijk toepassen van de opgedane kennis. Iets weten is hierin voor mij nog iets heel anders dan het ook daadwerkelijk kunnen doen.  

Ik weet dat ik mijn angst en ego aan de kant moet zetten en mijn hart moet laten spreken. Ik weet dat als ik mijzelf gekwetst voel dat het iets zegt over mijzelf. Ik weet dat ik een eigen individu ben en dat niemand anders mijn waarde bepaalt en ik weet dat het gevoel van liefde en geluk in mij zit en dat geen enkele externe factor daar in principe invloed op kan hebben.  

Wat ik nu wil gaan proberen is om mijn leven te laten leiden door onvoorwaardelijke liefde. Voor mijzelf en voor een ander. Dat zijn mijn normen en waarde, mijn staat van perfectie en mijn persoonlijkheid.  

 Ik houd van jou, altijd.  

Ik houd van jou als je grapjes maakt. 

Ik houd van jou als je lacht.  

Ik houd van jou als je jouw heerlijke liefde geeft.  

Ik houd van jou als je verdrietig bent. 

Ik houd van jou als je boos bent.  

Ik houd van jou als je een fout maakt.  

Ik houd van jou als je iets stiekems doet.  

Ik houd altijd van jou.  

Mijn liefde voor jou stopt nooit.  

Ik vind jou nooit stom.  

Ik vind jou nooit dom. 

Ik vind jou nooit verkeerd.  

Ik houd altijd van jou. 

En ik ben altijd blij dat ik jouw mama mag zijn. “ 

Het zijn de woorden die ik regelmatig richting mijn kinderen uitspreek. Het zijn woorden van onvoorwaardelijke liefde. Wat zou er gebeuren als ik deze woorden ook tegen mijzelf zou uitspreken? Wat zou er gebeuren als ik deze woorden in mijn hart laat klinken als ik de wereld om mij heen bekijk en benader?” 

Vier jaar na mijn eerste gedicht schreef ik deze woorden in mijn persoonlijke dagboek.  

Ik ben in vier jaar tijd veranderd van afhankelijk naar bewust, van kwetsbaar naar zelfzeker, van breekbaar naar wendbaar en van afstandelijk naar liefdevol.  

Ik sta nu halverwege de berg, kijk omhoog en vraag mij met vastberadenheid af tot welke hoogtes ik de komende vier jaar kan komen.