29 ~ Depressie

Al in mijn vroege pubertijd raakte mijn vlammetje van levensenergie, langzaam op. Opstapelende onzekerheden en onstabiele omstandigheden zorgden ervoor dat ik het overzicht op school kwijtraakte en ik moeilijk mijn weg kon vinden in het sociale leven. Ik voelde mij een mislukkeling, een rariteit en een verstoteling en met die gevoelens vroeg ik als jong pubermeisje hulp aan een huisarts. Antidepressiva leek hem het beste antwoord, ik dacht daar destijds gelukkig al anders over. Ik wilde geen medicatie slikken, mijn gevoelens kwamen immers niet voort uit een disbalans in mijn hersenen, maar uit een disbalans in mijn leven. Ik had geen medicatie nodig, maar hulp.  

Langzaam begon ik mijzelf steeds verder te distantiëren van het leven waarin ik mijn weg niet kon vinden en hoewel mijn depressieve gevoelens niet voortkwamen uit een disbalans in mijn hersenen creëerden de omstandigheden uiteindelijk wel die disbalans en daardoor begon ik steeds minder en minder levensenergie te hebben.   

Toen ik laatst door mijn oude spullen van vroeger aan het snuffelen was kwam ik een map tegen waarin ik als pubermeisje van alles had geschreven over waar ik mijzelf destijds mee bezig hield en in die map staat met grote letters “Rust en geborgenheid” geschreven. Rust en geborgenheid was hetgeen waar ik in mijn vroege leven zo ontzettend naar verlangde, maar nooit kon vinden en dus creëerde ik het uiteindelijk zelf. Er was voor mij één plaats waar ik het wel kon vinden en dat was in mijn eigen bed.  

Hoeveel eenzaamheid het mij ook bracht en hoeveel het mij ook weerhield van het leven, ik vond in mijn bed de rust en geborgenheid waar ik zo naar verlangde. Ik vond er een wereld waarin ik niet faalde, niet uitgelachen of verstoten werd en het was geen wereld waarin ik constant moest zoeken naar de hoe’s, de wat’s en de waarom’s, want in mijn bed, warm onder mijn eigen dekens had ik alleen mijzelf en mijn eigen, veilige wereld.  

De wereld die ik voor mijzelf creëerde, een wereld ver weg van de maatschappij, was zoals mijn harnas zowel een zegen als een vloek. Een gouden kooi waarin ik tegelijkertijd vond en verloor waar ik naar verlangde, want het niet willenkunnen of durven verlaten van de gouden kooi bracht niet alleen rust en geborgenheid, het kostte mij uiteindelijk ook mijn opleiding, ontwikkeling, (kans op) banen, vriendschappen en een groot deel van mijn leven op zich. 

De weg richting mijn burn-out was een langdurige weg waarin ik dag na dag, maand na maand en jaar na jaar bleef vechten tegen de behoefte om in mijn gouden kooi te blijven en tegelijkertijd probeerde te vechten tegen alle angsten waarin ik in de sociale wereld buiten mijn gouden kooi tegenaan bleef lopen. Mijn burn-out was het uiteindelijke resultaat van jarenlang gedomineerd worden door en vechten tegen angsten die ik niet de baas leek te kunnen zijn en mijn weg uit de burn-out is een weg waarin ik moet leren dat ik sterker ben dan alle trauma’s die ik met mij meedraag.  

Dat ik de afgelopen jaren emotioneel ontzettend veel sterker geworden ben uit zich dan ook in het wegblijven van de sterke behoefte om mijzelf terug te trekken in mijn gouden kooi. De behoefte is soms nog wel aanwezig, maar al veel minder dominant dan dat hij alle jaren hiervoor geweest is.  

Tot nu, want op het moment dat ik dit schrijf is de behoefte om terug te kruipen in mijn gouden kooi plotseling weer heel sterk aanwezig en moet ik vechten tegen de sterk dominerende behoefte om eraan toe te geven. 

De vraag is, waarom? Waarom is het nu, na zo’n lange tijd van afwezigheid, plotseling weer zo sterk aanwezig? Ik denk dat het tenslotte al minstens een jaar geleden is dat ik het zo sterk ervaren heb. 

Is het vermoeidheid? Zijn het mijn hormonen? Is het de donkere en koude tijd van het jaar? Zijn het alle prikkels die constant ongefilterd binnenkomen en hunker ik daarom zo naar rust? Of is het misschien een combinatie van alles tegelijkertijd?  

Ik besluit om verder in mijn gedachten en emoties te graven en te zoeken naar verbindingen.  

Wat weet ik?  

Ik weet dat ik vroeger mijn gouden kooi inkroop uit verdriet en angst. 
Ik weet dat als ik mijn emoties nu zou vertalen naar fysieke handelingen dan zouden er verschillende mogelijkheden in mijn gedachten ontstaan. Mogelijkheden die mij laten zien welke emoties er in mij zitten. Zo zou ik mijn hoofd het liefst gewoon op mijn toetsenbord willen leggen en stoïcijns vooruit blijven staren. Een gedachte die voortkomt uit de emotionele behoefte om mijzelf te distantiëren van alles wat ik voel.  

In een andere mogelijkheid zou ik in de dekens van mijn bed willen kruipen en heel hard huilen. Een gedachte die voortkomt uit de emotionele behoefte om verdriet te uiten.  

En de laatste mogelijkheid die ik zie komt voort uit een emotionele behoefte om alle onderliggende en niet verwerkte emoties te uiten in boosheid. Een gevoel van frustratie dat waarschijnlijk uiteindelijk ook gewoon voortkomt uit verdriet, maar wat in de loop der tijd veranderd is in boosheid omdat de emotionele pijn met verdriet niet geheeld kon worden 

De sterk dominerende behoefte om mijzelf terug te trekken in mijn gouden kooi doet mij denken aan een artikel wat ik laatst gelezen heb over depressies.  

In het artikel schrijft de auteur dat depressie wellicht helemaal niet als ziekte gezien moet worden, maar dat men het beter als overlevingsmechanisme van het lichaam kan zien.  

“Biologische antropologen hebben betoogd dat depressie een adaptieve reactie op tegenspoed is (…). (…) Het is het lichaam dat gevaar detecteert en een verdedigingsstrategie activeert om ons te helpen overleven. Die biologische strategie wordt immobilisatie genoemd.” (www.psychologytoday.com) 

Om makkelijk uit te leggen wat er precies bedoeld wordt met die immobilisatie (= onbeweeglijk maken) vergelijken ze de immobilisatie van de depressie met de immobilisatie van een konijn wat aangevallen is door een vos.  

Op het moment dat het konijn door de vos gevangen wordt en er zeker van is dat het opgegeten gaat worden zal het lichaam van het konijn overgaan op die immobilisatie. Het lichaam zet zichzelf als het ware helemaal uit en zorgt er op die manier voor dat de pijn van het doodmaken of levend opgegeten worden minder is dan wanneer er nog volop bewustzijn aanwezig zou zijn.  

De immobilisatie zorgt ervoor dat het levende wezen geen ondragelijke pijn meer ervaart.  

Een depressie kan dus, volgens de auteur van het desbetreffende artikel, vergeleken worden met de immobilisatie van het konijn. Het is een overlevingsmechanisme van het lichaam dat ervoor zorgt dat de pijn niet te ondragelijk wordt door zichzelf af te sluiten van alle mogelijke gevoelens. En als ik het op die manier bekijk dan klopt het inderdaad precies met het gevoel wat ik in mijn gouden kooi altijd ervaren had en nu dus weer ervaarde. Mijn hersenen waren of zijn niet ziek, ze konden en kunnen gewoon de hoeveelheid emotionele pijn niet meer aan.  

Waarom de behoefte van terugtrekken nu weer zo sterk aanwezig is weet ik niet, maar ik weet nu wel dat ik mijn depressie vanuit een ander oogpunt kan onderzoeken en dat geeft nieuwe mogelijkheden met betrekking tot het overkomen en wellicht voorkomen ervan.  

Met de nieuwe kennis die ik vergaard heb kies ik ervoor om de zoektocht naar mijn emoties verder voort te zetten en al snel stuit ik op een boodschap vanuit mijn onderbewustzijn die mij eerder niet opgevallen was. Een boodschap uit een droom. Een droom waarin boosheid, frustratie, wrok en het gevoel onbegrepen te zijn een hoofdrol speelden en toen ik de droom verder ging analyseren kwam ik tot de conclusie dat al die gevoelens voort waren gekomen uit het verdriet van geen liefde ontvangen te hebben.  

Dat ik deze droom, ten tijde van deze depressie gedroomd heb is voor mij geen toeval. Het is voor mij duidelijk dat hetgeen zich in mijn droom afspeelde tevens is wat er in mijn onderbewustzijn speelt en ook de bron van de depressie is.  

Het gemis aan liefde en de bijkomende, bijna ondragelijke emoties van verdriet en boosheid zorgen ervoor dat mijn hersenen willen immobiliseren ( Zo zou ik mijn hoofd het liefst gewoon op mijn toetsenbord willen leggen en stoïcijns vooruit blijven staren. Een gedachte die voortkomt uit de emotionele behoefte om mijzelf te distantiëren van alles wat ik voel “). 

Oké, en wat nu? Wat is nu de remedie? Hoe kan ik mijzelf uit deze depressie krijgen?  

Ik denk wederom terug aan een artikel wat ik recentelijk gelezen heb.  

In het artikel schreef de auteur over een boek wat zij recentelijk gelezen had. Een boek wat geschreven is door drie mensen met een professionele achtergrond in de mentale welzijn sector en die beschrijven hoe ieder mens niet één persoonlijkheid is, maar dat ieder mens uit meerdere persoonlijkheden bestaat en dat het gedrag afhankelijk is van welke persoonlijkheden er vaak of op dat moment dominant optreden.  

Ze omschrijven de besturing van een mens als het bestuderen van een bus. Achter het stuur zit de buschauffeur, de authentieke ik, en in de bus zitten de persoonlijkheden die het mens door zijn leven heen gecreëerd heeft.  

Zo hebben ze het onder andere over de pleaser, de pusher, de rationeel denkende en de levensgenieter. Allemaal persoonlijkheidskenmerken die iedereen wel in zich heeft, die allemaal het doel hebben om een mens verder in het leven te helpen en die allemaal hun positieve kanten hebben. Zo zorgt de pleaser ervoor dat iemand zich sociaal opstelt, de pusher ervoor dat doelen behaald worden en de rationeel denkende ervoor dat je…… rationeel doet nadenken.  

Al deze verschillende persoonlijkheden beschrijven de auteurs als allemaal verschillende ikken, verschillende ikken die constant tegen de buschauffeur vertellen hoe de bus bestuurd moet worden. 

Elke ik is dus gecreëerd om een mens verder te helpen in het leven. Zo leert een persoon bijvoorbeeld dat een positieve beloning kan volgen nadat het zichzelf tot iets heeft moeten pushen. Na deze positieve ervaring zal de pusher gecreëerd worden om ervoor te zorgen dat er vanuit dat gedrag vaker positieve gevolgen zullen ontstaan. Als contra persoonlijkheid is het dan belangrijk om, om in het voorbeeld van de pusher te blijven, ook een levensgenieter te hebben. Een ik die zegt dat het goed is om af en toe rustig aan van het leven te genieten. Beide ikken zijn nodig, want hoewel beide persoonlijkheden positieve eigenschappen hebben kan een persoon niet goed functioneren als alleen of de pusher of alleen de levensgenieter aan het woord is.  

Elke ik heeft een contra ik en deze zorgen samen voor een mooi gebalanceerde persoonlijkheid.   

Er ontstaat echter een probleem als er wegens omstandigheden een disbalans ontstaat tussen de verschillende ikken. Zo kan iemand bijvoorbeeld door een trauma leren dat het onveilig kan zijn om emoties te uiten in het bijzijn van andere mensen en zal dus de emotioneel gesloten ik meer zeggenschap krijgen met betrekking tot het besturen van de bus en zal de ik die graag emoties uit en deelt naar de achterbank van de bus verdwijnen.  

Wat er dus uiteindelijk kan ontstaan is dat de buschauffeur alleen nog maar toegesproken wordt door een persoonlijkheid die volledig uit balans geraakt is en alleen nog maar gedomineerd wordt door ikken die slechts bezig zijn met het voorkomen van en op hun hoede zijn voor eventueel gevaar.  

Als ik mijn eigen bus vol ikken in gedachten visualiseer zie ik dat ook mijn bus over het algemeen bestuurd wordt door een persoonlijkheid die volledig uit balans geraakt is en bijna constant gedomineerd wordt door ikken die slechts bezig zijn met het voorkomen van en op hun hoede zijn voor gevaar. 

In gedachten zie ik verschillende ikken tegen de buschauffeur schreeuwen, de één nog harder dan de ander en ze proberen allemaal, tegelijkertijd, boven elkaar uit te komen.  

“Doe dit!” roept de één. 
“Nee, dan gebeurt er misschien dat!” roept de ander in paniek weer terug. 
“Probeer het dan eens zo!” 
“Ben je gek! Heb je al aan deze, deze, deze en deze mogelijke nare gevolgen gedacht!?” 

En mijn buschauffeur? Die heeft haar hoofd al op het stuur gelegd en ligt stoïcijns voor zichzelf uit te staren.  

Ze was al een paar keer plotseling met beide voeten tegelijkertijd op de rem gaan staan en had al vaker ‘STOP!” geschreeuwd als ze de constante confrontatie met alle angsten niet meer trok, maar nu heeft ze het opgegeven en wil ze gewoon even niet meer rijden, niet meer voelen en niet meer bang zijn.  

Nu wil ze zichzelf gewoon even terugtrekken in haar gouden kooi. Pijn vrij immobiliseren.  

Ik merk dat ik rust nodig heb. Mijn buschauffeur is moe van al het proberen en heeft eigenlijk gewoon een immense behoefte aan slaap.  

“Je mag nu niet gaan slapen” hoor ik door mijn gedachten klinken. “Je moet nog dit en dit en dit doen en trouwens, als je nu gaat slapen in plaats van productief alles uit het leven te halen dan ben je weer een falende rariteit.” 

Ik weet niet of het de pusher is die tegen mij praat of mijn innerlijke criticus, maar de woorden klinken hard en maken mij bang. Ik weet dat er een kern van waarheid in hun woorden zit, de pusher en de innerlijke criticus hebben namelijk ook gewoon hun doel, en dat maakt het moeilijk om toe te geven aan mijn verlangen naar rust.  

Het klopt toch? Ik moet toch productief zijn? Ik moet toch genieten? Anders leef ik toch niet?  

En dan denk ik plotseling aan een koalabeer.  

Een koalabeer slaapt ongeveer 20 uur per dag. 

Zonder schuld, zonder angst en zonder stress. Een koalabeer slaapt gewoon.  

En dus besluit ik om te gaan koalaën en kies ik er bewust voor om de compassievolle ik naast mij in de bus plaats te laten nemen. 

Ik pak de rust die ik op dit moment nodig heb. Zonder schuld, zonder angst en zonder stress.  

En daarnaDaarna ga ik lezen in het boek Ik (k)en mijn ikken – Karin BrugmanJudith BuddeBerry Collewijn.