3 ~ De klim

Een aantal weken geleden las ik een artikel waarin het ging over persoonlijke groei. Er stond in dat persoonlijke groei soms stil lijkt te staan, maar dat als je jezelf van de tegenwoordige tijd vergelijkt met jezelf van een jaar geleden dat je dan wel de grote verschillen kan zien.  

Ik dacht na over mijn leven, maakte een vergelijking tussen verleden en heden en kwam tot de conclusie dat ik niet heel veel verder ontwikkeld was. Alles waar ik tegen aanliep in het leven, alle obstakels waren nog hetzelfde.  Een gevoel van falen en angst kreeg de overhand. Misschien was ik niet in staat om echt te veranderen. Misschien was ik gewoon te zwak, slecht, hard, en verkloot om echt te veranderen. Misschien waren mijn problemen gewoon een deel van mijn persoonlijkheid en kon ik niet veranderen omdat ik vocht tegen iets wat ik in wezen gewoon ben. Een kwetsbaar, nors, afstandelijk, niet sociaal persoon wat gewoon niet geschikt is voor enige menselijke relaties.  

Een ego in het nauw zegt rare dingen, maar spreekt vol overtuiging.  

Het is op dat soort momenten heel moeilijk om mijzelf weer bij elkaar te rapen.  

Het herstellen van mijn jeugd en de daaropvolgende burn-out vergelijk ik vaak met het beklimmen van een berg. Ik begon in een ravijn. Een koude, donkere plek waar ik al lange tijd verdwaald rondliep. Ik zocht naar een uitweg, maar elk zijpad dat ik hoopvol betrad bracht mij alleen maar dieper het ravijn in. Hoe dieper ik het ravijn inliep hoe meer mijn vastberadenheid veranderde in hopeloosheid en langzaam verloor ik de kracht om door te lopen. Ik zakte door mijn knieën, probeerde nog te kruipen, maar zakte uiteindelijk volledig in elkaar. Gebroken lag ik op een donkere, koude en eenzame plek.  

Soms moet je eerst doodgaan voordat je kan gaan leven. Afscheid nemen van alles wat je kende, afscheid nemen van alles wat je dacht te zijn omdat alles wat je kende en alles wat je dacht te zijn niet werkt. 

Terwijl ik gebroken op de grond lag kwam de vastberadenheid langzaam weer terug. Ik vond de wil om het ravijn uit te komen en om in het licht te gaan leven.  

Blijven zoeken op plaatsen waar ik al naar uitwegen gezocht had was nutteloos. Ik moest leren om te kijken naar andere mogelijkheden.  

Langzaam stond ik op en liep naar de bergwanden die mij omsloten hadden. De grote obstakels die mij in het ravijn hielden. De enige mogelijkheid om uit het ravijn te komen was het overwinnen van die obstakels. Een schijnbaar onmogelijke taak. 

Het lijkt altijd onmogelijk tot het gedaan is. 

En dus begon ik.  

De enige manier omhoog was eerlijkheid. Ik moest compleet eerlijk naar mijzelf kijken en zijn om de obstakels te kunnen overstijgen.  

Aftasten, zoeken, grijpen en vasthouden. Elke centimeter omhoog was onbekend terrein. Soms greep ik mis, viel naar beneden en belandde weer met veel pijn op de grond. Vloeken, accepteren, leren, mijzelf bij elkaar rapen en weer gaan, dat was keer op keer mijn strategie. Mijn manier van overleven. Proberen te leren van mijn fouten en opnieuw beginnen.  

De eerste meters werden uiteindelijk bekend terrein en ik leerde hoe ik ze kon beklimmen zonder fouten te maken. Zo kwam ik steeds hoger en werd ik steeds behendiger.  

Er waren stukken die vrij vlot gingen omdat ik daar kon klimmen met de kennis die ik eerder had verworven, maar er waren ook stukken die eerst vroegen om zelfreflectie. Waarom kom ik hier niet verder? Waar loop ik nu precies tegen aan? En als ik dan toch weer naar beneden viel, waar was ik dan de fout in gegaan? Zodra ik het antwoord had kon ik het obstakel overstijgen en dan bleek dat het obstakel aan de andere kant een plateau was. Een plateau wat ervoor zorgde dat ik niet meer helemaal naar beneden kon vallen. Ik klom en ik viel, maar door de behaalde plateaus viel ik steeds minder diep. Ik raakte de grond niet meer.  

Er waren momenten dat ik kleine afstanden naar beneden viel en dan stond ik snel weer op, maar er waren ook momenten dat ik een rot eind naar beneden viel. Dan lag ik even in de kreukels en kostte het mij wat meer tijd om weer op te staan. Vloeken, accepteren, leren, mijzelf bij elkaar rapen en weer gaan. Elke keer opnieuw.  

Elk obstakel vertelde mij wat over mijzelf. Zelfwaarde, zelfvertrouwen, zelfredzaamheid, zelfacceptatie en zelfliefde waren mijn grote gemis en juist onvoorwaardelijke liefde, acceptatie en vertrouwen had ik nodig om de obstakels te kunnen overstijgen.  

Het eerste deel van mijn klim heeft mij voornamelijk geleerd wat ik moest leren. Het heeft mij geleerd om naar mijzelf te kijken, het heeft mij geleerd dat alle antwoorden op al mijn vragen binnen in mijzelf te vinden zijn en het heeft mij geleerd dat ik naar mijn hart moet luisteren omdat daar de antwoorden liggen.  

Ik klim nog en ik val nog, maar ik faal niet. Ik sta niet meer waar ik vorig jaar stond. Ik ben ontwikkeld, ik heb geleerd.  

Ik heb geleerd wat ik moet gaan leren en dat is van onschatbare waarde.